Je kunt een persoon uit de oorlog halen, maar de oorlog nooit uit een persoon.

Je kunt een persoon uit de oorlog halen, maar de oorlog nooit uit een persoon.

61 jaar was hij toen hij zijn land Armenië ontvluchtte. Zijn gezin uitgemoord, eenzaam en alleen kwam hij in Nederland aan. Hier kreeg hij een vluchtelingenstatus en een dak boven zijn hoofd. Alleen in een land waar je de taal niet spreekt. Was hij ook eenzaam? Had hij wel aanspraak? Kreeg hij hier vrienden? Was er soms ook sprake van een beetje geluk bij hem.

Hij woonde alleen in een zorgcomplex en regelmatig kwam er iemand bij hem langs om een stukje zorg te verlenen. Hij was weliswaar gevlucht uit de oorlog, maar de oorlog had zich vastgeketend in iedere vezel van zijn lijf en was niet van plan daar ooit weer uit weg te gaan. En dan komt er een telefoontje binnen bij ons, meneer is levenloos gevonden in zijn appartement. Wij gaan er naartoe om meneer de laatste zorg verlenen.

Het appartement gaf zonder woorden weer dat meneer altijd in angst geleefd heeft, bang was voor misschien opnieuw een oorlog. Hoe verschrikkelijk moet dit zijn geweest. Roeien met riemen die er eigenlijk niet zijn. Wat zou hij gewild hebben, aan wie heeft hij zijn uitvaartwensen nog kenbaar kunnen maken? Tegen iemand van de zorg heeft hij zich eens laten ontvallen, graag op de “oude” begraafplaats begraven te willen worden.

Deze wens van meneer zal in vervulling gaan, wij gaan, ondanks dat er geen familie bij aanwezig is, zorgen voor een waardig afscheid.  Er worden bloemen besteld in de kleuren van zijn vaderland en wij zullen met een aantal collega’s aanwezig zijn bij zijn laatste stukje hier op aarde. Ieder mens, rijk of arm, verdiend een waardig afscheid en we spreken de hoop uit dat meneer opnieuw herenigd is met zijn gezin, de mensen waar hij zoveel van heeft gehouden en die hij zo enorm heeft gemist.

Rust in vrede